Europese Dienstenrichtlijn - EDRL
De richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt - kortweg de Europese Dienstenrichtlijn of EDRL - creëert een algemeen juridisch kader ter vergemakkelijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verkeer van diensten in de Europese Unie. Aldus streeft de EDRL naar een vereenvoudiging van de administratieve procedures, de opheffing van belemmeringen voor dienstenactiviteiten en een vergroting van het wederzijdse vertrouwen tussen lidstaten.
Administratieve vereenvoudiging
Administratieve vereenvoudiging
In de EDRL is een ambitieus programma opgenomen voor de administratieve vereenvoudiging van de procedures en formaliteiten die noodzakelijk zijn voor de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit. Op grond van dit programma zijn de lidstaten verplicht om een of meerdere "één-loketten" op te richten. Het is de bedoeling dat een dergelijk Uniek Loket het enige aanspreekpunt met de overheid wordt, zodat de dienstverrichter zich niet meer tot verschillende instanties dient te wenden om de relevante informatie betreffende zijn dienstenactiviteit te verzamelen en/of de nodige praktische stappen hieromtrent te ondernemen. Bovendien moeten de lidstaten er over waken dat alle procedures op afstand en langs elektronische weg afgewikkeld kunnen worden en dat de informatie over nationale eisen en procedures eenvoudig toegankelijk is.
Doorlichting van de wetgeving
Een correcte implementatie van de EDRL houdt ook in dat de bestaande en nieuwe wetgeving doorgelicht dient te worden om na te gaan of deze wetgeving geen bepalingen vaststelt die tegen de richtlijn ingaan. Dit betekent meer concreet dat moet worden nagegaan of de wetgeving van de verschillende lidstaten en decentrale overheden geen voorschriften bevat die de vrije vestiging van dienstverrichters en/of het vrij verkeer van diensten schenden en die bovendien niet geoorloofd zijn op basis van de beginselen van non-discriminatie, noodzakelijkheid en evenredigheid. Om de Vlaamse regelgeving aan de drie voornoemde beginselen te toetsen, heeft de Vlaamse overheid een hulpmiddel laten ontwikkelen, namelijk een dienstenimpacttoets (DIT). Dit is een gestructureerd analyseproces van de impact van een voorgenomen of bestaande regelgeving op de vrije werking van het dienstenverkeer. Een kwalitatieve DIT zal er aldus voor zorgen dat de dienstenmarkt in Vlaanderen vrijer wordt en de economische activiteit kan toenemen. Daarnaast zal de DIT ook de noodzaak aantonen van bepaalde belemmeringen waar er geen andere mogelijkheid is om de vooropgestelde beleidsdoelstelling te bereiken.
Administratieve samenwerking
Administratieve samenwerking tussen lidstaten behoort een doeltreffend toezicht op de dienstverrichters te waarborgen en is aldus van wezenlijk belang voor een goede werking van de interne markt voor diensten. Door deze verplichte wederzijdse bijstand worden de controles op dienstverrichters immers tot een minimum beperkt en wordt het voor oneerlijke marktdeelnemers tegelijk ook moeilijker om het geldende toezicht te omzeilen. Om de administratieve samenwerking in de praktijk te brengen is er nood aan een rechtstreekse en snelle communicatie tussen de bevoegde instanties van verschillende lidstaten. In dit kader is dan ook het Internal Market Information System (IMI) opgericht. Dit informatiesysteem is bedoeld om de omvangrijke praktische belemmeringen - zoals uiteenlopende administratieve en werkculturen, taaldrempels en onduidelijkheid over de aanspreekpartners in andere lidstaten - uit de weg te helpen ruimen, de administratieve lasten te beperken en de dagelijkse samenwerking tussen de lidstaten efficiënter en doeltreffender te doen verlopen.
Aanpassing Vlaamse regels
De Vlaamse Regering besliste op 11 december 2009 over de omzetting van enkele artikelen uit de EDRL. De uitbouw van een uniek loket staat centraal bij de invoering van de EDRL. Ondernemers kunnen in de toekomst met al hun informatievragen en dossiers bij dat loket terecht. Het besluit van de Vlaamse Regering gaat over dat uniek loket.
Belangrijkste bepalingen
- Personen of bedrijven die diensten verrichten kunnen zich door een erkend ondernemingsloket (EOL) laten vertegenwoordigen bij de toezichthoudende instanties. Dat zijn instanties die vergunningen en erkenningen verlenen en daarop toezicht houden, of die toezicht houden op de naleving van andere formele procedures. De ondernemingsloketten hoeven niet telkens te bewijzen dat ze optreden namens die personen of bedrijven.
- De ondernemingsloketten krijgen geen nieuwe formele bevoegdheden. De toezichthoudende instanties houden hun huidige beslissingsbevoegdheid.
- Als de ondernemingsloketten documenten elektronisch hebben ontvangen en per post hebben doorgestuurd, dan zijn die ontvankelijk. De dienst die de procedure behandelt, kan dat niet betwisten. Dat geldt voor alle procedures die door Vlaamse regelgevers (dus ook provincies en gemeenten) zijn vastgelegd.
- Het uniek loket behandelt binnenlandse en buitenlandse bedrijven gelijk. Dat vloeit voort uit het gelijkheidsbeginsel.
Meer informatie
Afdeling Ondernemen en Innoveren
Directeur
pol.verhaegen@ewi.vlaanderen.be, 02 553 38 90


